Gevangenissen

Trump-regering vraagt Hooggerechtshof: transvrouwen terug naar mannengevangenis

De Amerikaanse regering stapte op 29 september 2026 naar het Hooggerechtshof om een rechterlijk verbod opzij te zetten: federale gevangenissen willen hormoonbehandelingen stopzetten en transvrouwen overplaatsen naar mannenafdelingen. Opperrechter Roberts gaf de aanklagers tot 8 oktober om te reageren.

Mark Visser
·
Gepubliceerd 6 oktober 2026
Illustratie bij: Trump-regering vraagt Hooggerechtshof: transvrouwen terug naar mannengevangenis

Op 29 september 2026 vroeg de regering-Trump het Amerikaanse Hooggerechtshof per spoedprocedure om een rechterlijk verbod opzij te zetten. Dat verbod blokkeerde een beleid van de federale Bureau of Prisons (BOP) dat drie dingen regelt: geen nieuwe hormoonbehandelingen meer voor transgender gedetineerden, afbouw van bestaande hormoonbehandelingen, en het intrekken van "gender-affirming" kleding en andere voorzieningen. Opperrechter John Roberts gaf de advocaten van de gedetineerden tot 16.00 uur op 8 oktober 2026 om te reageren, blijkt uit het dossier van het Hooggerechtshof.

Het onderliggende beleid: een presidentieel bevel van januari

De zaak gaat terug op een presidentieel decreet van 20 januari 2026, dat gender-bevestigende medische zorg in federale gevangenissen en ICE-detentiecentra verbood. Volgens de aanklacht kreeg de Bureau of Prisons daarmee opdracht om niet alleen de hormoonbehandeling te beëindigen, maar ook transgender vrouwen die in een vrouwengevangenis zaten, over te plaatsen naar een mannelijke afdeling of inrichting, en personeel te verplichten gedetineerden aan te spreken op basis van hun geboortegeslacht in plaats van de zelf gekozen identiteit. Dat laatste punt — plaatsing op basis van biologisch geslacht in plaats van zelfidentificatie — is precies het principe waarover deze site al vaker schreef, onder meer bij de federale onderzoeken naar plaatsingsbeleid in de staat Washington.

De aanklacht: Kingdom v. Trump

De zaak werd aangespannen door de ACLU, ACLU-DC en het Transgender Law Center, namens drie met naam genoemde gedetineerden en een bredere groep van ongeveer 2.000 transgender personen in federale gevangenissen. De aanklacht stelt dat het beleid het achtste amendement schendt — het verbod op "wrede en ongebruikelijke bestraffing" — omdat het medisch noodzakelijke zorg zou onthouden aan mensen die geen keuze hebben over hun omgeving. Daarnaast beroepen de eisers zich op gelijke bescherming onder het vijfde amendement, de Administrative Procedure Act en de Rehabilitation Act. Een federale rechtbank had het kernonderdeel van het beleid — in elk geval de stopzetting van hormoonbehandeling — al via een voorlopige voorziening geblokkeerd, vooruitlopend op een uitspraak ten gronde.

Waarom dit meer is dan een zorgvraag

Het is verleidelijk om deze zaak uitsluitend te lezen als een geschil over toegang tot medische zorg. Maar de aanklacht van de ACLU gaat net zo goed over huisvesting: het recht om, ongeacht biologisch geslacht, in een vrouwengevangenis te blijven zolang iemand zich als vrouw identificeert. Die aanname — dat zelfidentificatie bepalend moet zijn voor plaatsing, niet geboortegeslacht — is precies waarover deze site al herhaaldelijk schreef aan de hand van concrete gevallen: de aparte mannenvleugel die ontstond binnen het federale FMC Carswell in Texas nadat vrouwelijke gedetineerden meldden dat zij zich onveilig voelden bij gemengde plaatsing. Het BOP-beleid dat nu voor het Hooggerechtshof ligt, keert dat principe juist om: terug naar plaatsing op basis van geboortegeslacht. Vanuit het perspectief van de veiligheid van vrouwelijke gedetineerden is dat een andere uitkomst dan in de meeste zaken die deze site eerder documenteerde, waarin juist zelfidentificatie-beleid tot problemen leidde.

De zwakke plek in het "medisch noodzakelijk"-argument

De kern van de juridische aanklacht hangt af van de aanname dat hormoonbehandeling voor genderdysforie een onomstreden, medisch noodzakelijke behandeling is waarvan het onthouden gelijkstaat aan wrede bestraffing. Die aanname ligt internationaal allang niet meer vast: de Cass Review in het Verenigd Koninkrijk en het Zweedse SBU-rapport concludeerden beide dat de bewijsbasis voor hormonale interventies bij genderdysforie zwak is, wat in Engeland, Zweden, Finland en Denemarken heeft geleid tot een terugtrekkende beweging in de klinische richtlijnen. Dat die kritiek zich tot nu toe vooral richtte op de behandeling van minderjarigen, en deze zaak over volwassen gedetineerden gaat, doet niets af aan het punt dat "medisch noodzakelijk" in de aanklacht een conclusie is die de eisers trekken, geen vaststaand medisch feit. Het Hooggerechtshof zal zich vermoedelijk niet uitspreken over de onderliggende evidence-base, maar over de meer beperkte vraag of de blokkade van het beleid in stand moet blijven hangende de procedure.

Bron versus duiding

Wat met zekerheid vaststaat: de regering vroeg op 29 september 2026 een spoedmaatregel aan, en Opperrechter Roberts stelde een reactietermijn tot 8 oktober. Wat nog niet vaststaat, is hoe het Hooggerechtshof zal oordelen, en welke precedentwerking die uitspraak zal hebben voor vergelijkbare staatsgevangenissen. De beoordeling dat de "medisch noodzakelijk"-aanname zwakker is dan de aanklacht suggereert, is de duiding van deze redactie op basis van de internationale evidence-reviews — niet een bevinding van de rechtbank of van de ACLU zelf.

Bronnen

— ACLU, zaakdossier "Kingdom v. Trump", geraadpleegd oktober 2026. aclu.org
— The Advocate, "Trump administration asks Supreme Court to let prisons pull trans inmates' hormone therapy", 29 september 2026. advocate.com

Mark Visser

Mark Visser

Redactie

Mark Visser

Onafhankelijke redactie die wetgeving, rapporten en jurisprudentie over single-sex ruimtes feitelijk samenvat. Informatief, geen juridisch advies. Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026.

Meer over ons →

Veelgestelde vragen

Korte antwoorden op de vragen die het vaakst terugkomen.

Meer over Gevangenissen